“Mijn broertje en ik waren net een tweeling, we deden alles samen”

Maaike verloor haar 12-jarige broertje bij een verkeersongeval. Ze merkte dat de hulpverlening vooral gericht was op haar ouders en minder op het verdriet van de kinderen. Daarom besloot ze mee te doen aan het onderzoeksproject voor rouw bij kinderen: TrafVic Kids. “Ik vond dat heel belangrijk om te doen, de hulp voor kinderen kan namelijk nog wel beter.”

Maaike (19): “Anderhalf jaar geleden kregen mijn vader en tante (beiden werken bij de brandweer red.) een melding op hun pager. Bij de melding stond dat het ging om een reanimatie. Zij maakten zich gelijk al zorgen, omdat het adres dat erbij stond van mijn opa en oma was. Papa belde gelijk naar opa en oma om te vragen of alles goed was daar. Gelukkig was bij opa en oma alles goed, maar ze zagen wel allemaal zwaailampen. Toen vroeg papa of Ruben al thuis was. Nee, kreeg die als antwoord. Opa dacht dat Ruben er niet langs durfde vanwege alle sirenes en zei dat hij ging kijken.”

Allemaal sirenes

“Ondertussen was opa al naar buiten gegaan, om te kijken of Ruben er stond. Maar op dat moment zag opa dat het Ruben was die daar op de grond lag. Terwijl Ruben al gereanimeerd werd kwam de brandweer er ook aan. In de brandweerauto kreeg mijn tante al te horen dat het om een bekende van iemand ging. Ze had gelijk door dat het Ruben was. “Die fietst daar altijd” zei ze nog. Ze stapte uit de brandweerauto en zag opa op straat wijzen naar Ruben. Op dat moment kwam oma er ook aangerend. Papa belde mijn tante om te vragen of het om Ruben ging, zij vertelde hem dat dat inderdaad zo was en dat ze hem aan het reanimeren waren. Daarna is mijn tante samen met de politie naar mijn moeder gereden. Om het slechte nieuws te vertellen. Onze wereld stortte helemaal in. Mijn moeder zei gelijk dat ze mij moest bellen zodat ik ook naar het ziekenhuis kon.”

In tranen

“Toen we onderweg waren naar de plek van het ongeval dacht ik, hij heeft vast iets gebroken. Ik wist toen nog niet dat het zo erg was. Toen we aankwamen op de plek van het ongeval wist ik gelijk dat het mis was. Daar zag ik zijn fiets in stukken, de auto waardoor die was aangereden en zijn tas die daar op het randje van de weg stond. Mijn tante was er ook, ik vloog haar gelijk in de armen. Samen zijn wij door een hele lieve man naar opa en oma gebracht, zij zaten ook radeloos in de woonkamer. De burgemeester zat er ook al. Maar papa vertelde altijd thuis dat als iets heel ernstig is gebeurd dat de burgermeester dan vaak ook al snel langskomt. Dus toen kreeg ik wel een beetje paniek.”

“Hierna gingen we naar het ziekenhuis, eenmaal daar aangekomen zag ik papa. Ik zag aan zijn gezicht dat het niet goed was. Ik vroeg aan papa of Ruben hier dood aan zou gaan en hij keek mij aan en zei dat het er heel slecht uitzag. Ik ben toen met papa en mijn tante naar de familiekamer op de spoedeisende hulp gegaan. Daar zat mama en gaf haar ook gelijk een knuffel. Na een poosje kwamen er drie artsen binnen. Ze gingen een beetje een goed maak praatje houden maar mijn vader weet wel hoe dat gaat, hij vroeg toen gelijk of Ruben hierdoor zou overlijden. De dokter knikte ja. Wij wilden toen graag dat zijn organen gedoneerd werden, maar dat is helaas niet gelukt omdat zijn toestand heel kritiek was. Op de kinder IC heb ik ervoor gekozen om hem niet meer te zien. Ik wou hem graag herinneren zoals ik hem kende.”

Steun aan elkaar

“Nu gaat het binnen ons gezin gelukkig wel weer redelijk goed. Mijn ouders zijn al eerder een dochter verloren en daardoor hebben ze geleerd hoe ze met elkaar kunnen praten en hoe ze er het beste voor elkaar kunnen zijn. Dat hielp heel erg in deze situatie. Sowieso hebben we met zijn drieën veel steun aan elkaar en aan onze familie. Wij praten altijd heel open en eerlijk. En als ik terugdenk aan Ruben dan is dat ook wat hij had gewild, dat ik doorga. Je mag soms wel verdrietig zijn, maar je moet niet bij de pakken neerzitten.”

EMDR-therapie

“Ik heb nu nog steeds EMDR-therapie, omdat ik zijn fiets in stukken heb zien liggen, zijn tas op straat en de auto waarmee het ongeval is gebeurd. Dat vind ik best wel confronterend. Verder is het sowieso heel fijn om af en toe even te kletsen met een professional. Dit omdat je ouders je opnieuw moeten leren loslaten. En dat soms heel lastig is. Zo kan je al je moeilijke momenten en dingen ook even bespreken met iemand die je niet kent. Dit is voor mij echt heel fijn, het is een luisterend oor zonder een oordeel.”

Veranderen en verbeteren

“Ik kan gelukkig erg makkelijk over Ruben praten. Ik vind dat ook fijn, omdat hij zo belangrijk voor me is. Daarom wilde ik ook meewerken aan TrafVic Kids. Als er zoiets is gebeurd en je zo jong bent, is het belangrijk dat je erover kan praten. Er kan sowieso veel verbeterd worden in de hulp voor kinderen die een dierbare zijn kwijtgeraakt. Er is heel veel zorg gericht op de ouders. Over hoe zij het verlies ervaren en hoe ze het leven weer op kunnen pakken. Maar ik moet ook weer naar school en verder met mijn leven. Maar daar werd nooit iets over gevraagd. Het voelde dan alsof ik er niet bij hoorde, dat was wel echt een naar gevoel.”

Focus op kinderen

“Voor het onderzoeksproject TrafVic Kids heb ik vooral geluisterd en meegedacht over op wat voor manier Fonds Slachtofferhulp hulp voor kinderen kan bieden bij een online programma voor kinderen. Bijvoorbeeld welke vragen wij fijn zouden vinden om te krijgen en wat juist niet fijn is. Voor mij zijn dat dus vooral vragen waarbij de focus lig op de kinderen en niet alleen op hoe het met de ouders gaat.”